« October 2011 | Main | February 2012 »

Ambassadeurs (2)

Bob Hiensch, Nederlands ambassadeur in New Delhi was dinsdag 24 januari in het Evoluon in Eindhoven, samen met 150 collega's. Foto Jurriaan BalkeBob Hiensch is Nederlands ambassadeur in New Delhi. Eén van de honderdvijftig diplomaten die dinsdag  24 januari Eindhoven en omgeving bezochten om kennis te maken met onze high tech regio.

Voordat Hiensch New Delhi als post kreeg, was hij ambassadeur in Israël, consul generaal in New York, waar hij in 2001 ‘nine eleven’ meemaakte en daarvoor woordvoerder van de ministers van buitenlandse zaken Kooijmans en Van Mierlo.

Hiensch was verrast door de dynamiek die hij hier in Eindhoven en Zuidoost-Brabant aantrof. “De regio heeft veel te bieden wat innovatie en creativiteit betreft. In een land als India waar ik nu zit is juist die creativiteit en dat design zo ontzettend belangrijk voor de toekomst. Ik zie daar vele mogelijkheden voor samenwerking.”

“We hebben op het gebied van design met India een memorandum of understanding. In de regio Mumbai (het oude Bombay) hebben we al heel veel samenwerkingsverbanden tussen Indiase en Nederlandse bedrijven op het gebied van design.”

Over zaken doen in India:

“Het is niet gemakkelijk als buitenlands bedrijf om in India voet aan de grond te krijgen. Het vraagt een investering in tijd. Als je er van overtuigd bent dat jouw bedrijf iets heeft te bieden aan het land dan zul je er tijd en volharding in moeten steken. En als dat lukt zijn het vaak ook heel grote successtory’s.”

“De Indiase markt is gericht op het goedkoopste product. Nederland levert heel hoge kwaliteit waar ook een prijskaartje aan zit. Je zult je dus moeten richten op het prijsbewustzijn van de Indiërs en op de bijzondere eisen die de markt daar stelt. Dus bij voorkeur een simpele technologie, ‘the bottom of the pyramid’, met een prijs-kwaliteitsverhouding die anders is dan in het Westen. Daar zul je je bij moeten aanpassen.”

Perseverence, patience and politeness”, zijn drie kwaliteiten die je als zakenman mee moet nemen, zegt Hiensch. “Het is niet een land voor snelle jongens. Je komt niet snel binnen, verdient veel geld en verdwijnt weer. Het vraagt een langdurige investering. En dat is voor een klein bedrijf moeilijker op te brengen dan een groot bedrijf.”


Hiensch, die in oktober zijn diplomatieke carrière beëindigt, zei zeker nog eens terug te zullen komen in deze regio. “Ik vond de dynamiek en het enthousiasme, dat  bijvoorbeeld burgemeester Van Gijzel uitstraalde, geweldig om te zien.”





Posted by Rieks Holtkamp on January 28, 2012 at 12:08 AM | Permalink | Comments (0) | TrackBack

Ambassadeurs (1)

 

De regio heeft 150 ambassadeurs gekregen


Onderschat niet de kracht van ideeën, moet de Duitse dichter Heinrich Heine ooit tegen de Fransen hebben gezegd: ze kunnen een hele beschaving te gronde richten. Maar het omgekeerde is ook waar.

Aansprekende ideeën, gedragen door een hele gemeenschap hebben de kracht werkelijkheid te worden, mits die gemeenschap in staat is en in staat gesteld wordt om de voorwaarden voor de uitvoering ervan te scheppen. Brainport is zo’n idee.

Dinsdag hebben honderdvijftig Nederlandse diplomaten, die over de hele wereld hun netwerken hebben, met eigen ogen kunnen zien hoe de regio Zuidoost-Brabant is uitgegroeid tot een van de belangrijkste motoren van de Nederlandse economie. En vooral ook hóe dat is gebeurd, namelijk door overleg tussen industrie, universiteiten en overheid op basis van een gedeelde visie.

EvoluonEn hoe die ontwikkelingen, in gang gezet door durf, financiële injecties en volharding hebben geleid tot een uitgebreid netwerk van kennisinstituten, industrieel innovatieve bedrijven en slagvaardige overheden. Dat is een basis om met elkaar de toekomst in te gaan. En die boodschap is bij de verzamelde ambassadeurs en consuls- generaal heel goed overgekomen, zo bleek dinsdag aan het slot van de ambassadeursconferentie in het Evoluon.

 Als dinsdag het begrip crisis al viel, dan was dat vooral in de zin hoe die overwonnen kan worden met de energie die in deze regio de laatste jaren is vrijgekomen.„Er is in deze regio heel veel belangstelling voor het buitenland”, constateerde Johannes Vervloed, consul-generaal in de Canadese high tech-regio Vancouver.

„Ik had, net als mijn collega’s, afspraken met acht bedrijven, maar tussendoor kwamen er nog drie bij. En zo is het veel van mijn collega’s vergaan. Dat betekent dat dit een groeiregio is waar heel Nederland en Europa het van moet hebben. Aan dat doemdenken moeten we maar een keertje een eind maken. Daar is niemand mee gediend.”

Sterker nog, daarvoor is ook geen aanleiding in deze regio. De geest van vertrouwen en optimisme was Eindhovens burgemeester Rob van Gijzel ook gebleken, vertelde hij dinsdag in het Evoluon. „Van de 37 bedrijven die ik onlangs sprak, waren er 33 die meenden dat het in 2012 beter zou gaan dan in 2011.”

Veel diplomaten waren oprecht verrast door het enorme aanbod aan toekomstgerichte industrie en innovatie in Zuidoost-Brabant. Ze namen zich voor om Brainport in de wereld uit te dragen en om de netwerken die hen ter beschikking staan, in te zetten voor de promotie van deze industiële producten en het hoge niveau van kennisinstituten als de TU/e en de High Tech Campus.

Maar er dreigt wel een probleem, signaleerde Frans Schmetz, managing director van High Tech Campus: „We zullen op termijn in deze regio 40.000 kenniswerkers tekort komen. Daar moeten we iets aan doen.” Wellicht dat onze ambassadeurs ook in dit opzicht van grote betekenis kunnen zijn.

(De tekst van deze blog stond woensdag in ED, stadspagina.)

 

Posted by Rieks Holtkamp on January 26, 2012 at 07:46 PM | Permalink | Comments (0) | TrackBack

Messi

Lionel Messi

 

 

(Versión en castellano abajo. English version below)

 

Mijn oog viel onlangs op een interview met de Portugese schrijver António Lobo Antunes in het cultuursupplement van het Spaanse dagblad El País.


Babelia heet het katern. Een prachtige naam die de veelstemmigheid van de cultuur in een land als Spanje en daarbuiten als leidraad heeft. In Noord-Korea bijvoorbeeld zou zo’n katern nooit kunnen verschijnen. Daar moeten miljoenen spreken met één stem.


Maar terug naar Lobo Antunes,  een  groot schrijver, zoals iedereen ook in het Nederlands dankzij de vertalingen van Harrie Lemmens kan vaststellen. Als kop boven het artikel is een citaat uit het interview genomen:  “O, als ik zou kunnen schrijven, zoals Messi voetbalt”. 


Maar hoe voetbalt Messi? Ik  zat laatst te kijken naar vertraagde beelden van zijn acties. Het gekke was dat die slow motions niets bijzonders lieten zien. Het bijzondere van Messi is juist de snelheid, gecombineerd met weergaloze bewegingen.


Messi Time's Man of the YearMessi heeft duizend benen. Hij loopt niet, maar vliegt over het veld, letterlijk. Telkens steekt hij één van die duizend voeten uit en tikt de bal rond, over, door of voorbij zijn tegenstander. Voordat die dol geworden in de gaten heeft aan welke voet de bal zit, ligt die al in de touwen.

Het mooie is echter dat António Lobo Antunes al lang zo schrijft als Messi voetbalt. Ook hij laat de lezer, medespeler en  tegenstander tegelijk, verdwaasd achter.

Maar net als het publiek bij Messi, dat weet dat het het mooiste voetbal op aarde heeft gezien, zo weet ook  de lezer dat hij met Lobo Antunes een onvergetelijke leeservaring heeft gehad.


Leve Messi, Leve Lobo Antunes.


Deze zomer verschijnt bij Ambo/Anthos  ‘Mijn winterkat, mijn lief’, dat brieven bevat aan zijn (overleden) vrouw.


Versión en castellano


Estaba leyendo la entrevista con Antonio Lobo Antunes en Babelia, la sección cultural de El País.Un nombre maravilloso, Babelia, reflejando la pluralidad de voces de la cultura en un país como España. Nunca se podría imaginar una parecida sección cultural en por ejemplo Corea del Norte, donde milliones de gente están forzados hablar en una voz.


Pero hablando de Lobo Antunes, este escritor de ‘delirios estructurados’, como él mismo dice, traducidos en castellano por Antonio Sáez Delgado, tiene un sueño: ‘!Ah, si pudiera escribir como Messi juega al fútbol!


Pero como juega al fútbol Messi?

Hace unos días estaba mirando imágenes a cámara lenta, intentando captar sus pasos. Increíblemente estos imágenes enseñaron nada de sus talentos.

Messi es velocidad y movimientos inesperados y sorprendentes. Messi tiene mil  piernas. No corre, síno está volando por arriba del terreno. Cada vez estrecha uno de sus mil pies y toca al balón – nunca se sabe cual pie -  pasando al adversario por delante, detrás, o por arriba. Antes de que este se dé cuenta en cual pie está el balón, Messi ya ha metido un gól.

Lo maravilloso de Lobo Antunes es que ya escribe como Messi juega al fútbol. El también déjà atrás enloquecidos a sus lectores, compañeros de juego y adversarios a la vez.


Ambos están praticando una especie de  écriture automatique, Messi en el campo de fútbol y Lobo Antunes en sus novelas.


Pero como el público mirando a Messi y sabiendo que ha visto al mejor futbolista del mundo, así los lectores de Lobo Antunes saben que han experimentado una lectura de novela inolvidable

!Viva Messi, Viva Lobo Antunes!

 

English version

I read an interview with the Portuguese writer António Lobo Antunes in last Saturday’s cultural section of the Spanish daily El País.

Babelia is the name of the supplement. A wonderful title, which reflects the multi-voiced culture of a country like Spain. In North Korea for example where millions of people are forced to speak with one voice you could not imagine a cultural section like Babelia.

Returning to Lobo Antunes -  a wonderful writer, as the English translations of his novels amply show -  in the interview he said to have a dream of his own: ‘O, if ever I could write like Messi plays football.‘

But how Messi plays football?

I was watching slow motion images the other day. Astonishing as it may seem, they showed nothing of his talents.

Messi is incredible speed, combined with unpredictable, inconceivable, almost subconscious movements. Messi has a thousand legs. He does not run, but instead is flying above the pitch. Every time he sticks out one of these thousand feet, - but which one? – he touches the ball,  passes it around, over, through or past his opponent.

Before the maddened ennemy  has any idea at which foot the ball may be, it is already in the net.

What is so great about Lobo Antunes, is that he is already writing like Messi plays football.He leaves the reader-  fellow player and opponent at the same time -  bewitched behind.

In their own ways, both practice some sort of écriture automatique, Messi on the pitch and Lobo Antunes in his novels.


But like the crowd know, watching Messi, that they have seen the most wonderful football player on earth, so Lobo Antunes astonishes his readers with an unforgettable reading experience.


Long live Messi, Long live Lobo Antunes!


Posted by Rieks Holtkamp on January 21, 2012 at 12:07 PM | Permalink | Comments (0) | TrackBack

Taal

Ik zou niet willen beweren dat alle problemen tussen  mensen taalproblemen zijn, maar dat taal een grote rol speelt in het  oplossen ervan lijkt me evident

Woensdagavond was in jongerencentrum Dynamo in Eindhoven een debat over overlast van jongeren in wijken, georganiseerd door de PvdA-afdeling Eindhoven.Tweede-Kamerlid Diederik Samsom was uitgenodigd om iets over zijn ervaringen te vertellen als straatcoach in Amsterdam.

Dat hij tijdelijk straatcoach werd, kwam voort uit een reëel probleem: hij begreep de rapporten niet die over straatjeugd gingen. De taal waarin ze geschreven waren drong niet tot de kern door. En dus dacht hij: ik moet het aan den lijve ondervinden.

Dat heeft hem veel geleerd. Onder andere de wijsheid: zeggen wat je ziet en noem de dingen bij de naam. Als ergens Marokkaanse jongeren vervelend zijn, moet je dan zeggen dat het om Marokkaanse jongeren gaat, of hou je het bij ‘straatcultuur’?

Samsom vond het eerste: immers voor een gerichte aanpak maakt het een groot verschil of je met Marokkaanse jeugd hebt te maken, of met vervelende kaaskoppen. Een Marokkaanse vader die soms fysiek en/of psychisch  niet in staat is om het gezag uit te oefenen in het gezin, kan een belangrijk onderdeel zijn van de problemen die jongeren op straat veroorzaken.

“Hij moet weer een strenge vader worden”, vond Samsom.“Maar wat is een strenge vader?”, vroeg een van de mensen uit het hulpverlenersveld, die het debat bijwoonden.


Werkers op dit terrein hebben in hun opleiding alles leren ‘problematiseren’. Dat richt zich echter vooral op het taalgebruik. Maar het resultaat is niet dat ze helderder gaan formuleren. Het tegenovergestelde gebeurt. Hun taalgebruik wordt versluierender, waardoor de analyses ook onbegrijpelijk worden. Dát was het probleem van Samsom.

Het begrip ‘eigen kracht’ is zo’n voorbeeld. Je hoort het letterlijk overal in deze hulpverlenerswereld. Iedereen weet ongeveer wat hij ermee bedoelt, maar het is net vaag genoeg om er steeds iets anders mee te kunnen bedoelen. En dus krijg je een gesprek tussen doven.

Wat was nu het antwoord van Samsom op de vraag wat een strenge vader is?

“Iemand voor wie de jongere respect heeft.” 

Zo helder kan het zijn.

Posted by Rieks Holtkamp on January 19, 2012 at 07:08 AM | Permalink | Comments (0) | TrackBack

Liebe


Barbara Rijlaarsdam en Henk Bleker aan het strand. Foto TelegraafMeer dan welk ander onderwerp ook beheerste de jonge liefde van Henk Bleker de gesprekken op de redactie van het Eindhovens Dagblad.

Niet alleen het opmerkelijke leeftijdsverschil, en de vraag of Bleker op haar avances in had moeten gaan, of juist heroïsch zijn handen van haar af had moeten houden, maar vooral  het feit dat Barbara Rijlaarsdam ooit stage heeft gelopen bij het ED.

Eén (jonge) collega schijnt haar zelfs in die tijd geprobeerd te hebben voor zich te winnen, maar dat was op niets uitgelopen. “Wat heeft die oude Bleker wat ik niet heb?”, moet hij hebben uitgeroepen, toen de eerste wazige foto op de voorpagina van De Telegraaf verscheen.


Hoe het ook is gekomen, en verder zal verlopen, het is volgens mij een privékwestie en hopelijk blijft dat ook zo. De mogelijke consequenties die voortvloeien uit de relatie van een journaliste en een politicus, is hoogstens thema voor haar hoofdredactie. En die was, naar het schijnt, heel tijdig geïnformeerd.

Maar gelet op de geestelijke bloedarmoede waar politici, pers en publiek onder gebukt gaan, zou deze liefdesgeschiedenis bij gebrek aan relevanter nieuws - maar wat is relevanter in dit hype-gestuurde mediacircus - nog wel een tijdje kunnen voortduren.


Voor alle collega’s en andere mensen die veel meer van deze verhouding zouden willen weten en zelfs proberen zich in de positie van een of de ander te verplaatsen, zou ik,

als substituut,

een leesadvies willen geven.

Twee romans die gaan over de verhouding van een oudere man met een jonge vrouw, beide van Martin Walser.
Der Augenblick der Liebe en Ein Liebender Mann.  Beide romans zijn in het Nederlands vertaald als respectievelijk Een ogenblik van liefde en Een liefhebbende man.

Afgezien van de (banale) aanleiding fantastische literatuur.

Naar aanleiding van beide verrtalingen gaf Walser o.a. interviews aan De Groene Amsterdammer en aan Trouw.



Posted by Rieks Holtkamp on January 13, 2012 at 10:19 PM | Permalink | Comments (0) | TrackBack

Archeologie

Nico Arts tijdens opgravingen in BlixemboschHoe klein van opzet de tentoonstelling ‘Eindhovense Archeologie in Beeld. Hink-Stap-Sprong door onze geschiedenis’  ook is (tot en met 22 maart elke werkdag van 13 tot 16 uur te zien in ’t EIB-Huys, Grote Berg 9 in Eindhoven), er zijn prachtige voorwerpen te zien, die een inzicht geven in de rijke geschiedenis van Eindhoven.


Nog te vaak wordt gedacht dat Eindhoven pas rond 1900 uit de grond is gestampt en dat er in zichtbaar historisch opzicht maar bitter weinig te beleven valt. Voor een belangrijk deel komt dat door het nagenoeg ontbreken van gebouwen die vanwege hun historische verleden opzienbarend genoemd zouden kunnen worden.


Als de oorlogen met Gelre en later de Tachtigjarige Oorlog er geen korte metten mee gemaakt hadden, hadden we dat in de wederopbouwfase na de Tweede Wereldoorlog zelf wel gedaan.
Maar door het werk van stadsarcheoloog Nico Arts en zijn mensen van het Archeologisch Centrum Eindhoven-Helmond heeft Eindhoven zijn geschiedenis en de verhalen die erbij horen terug gekregen.


Eén van die verhalen die Nico Arts mij onlangs vertelde is over een Romeinse amfoor. Die werd aan de Rooijakkersstraat, waar ooit een Romeins grafveld moet hebben gelegen, gevonden bij opgravingen toen in 1930 het Beatrixkanaal werd gegraven.


De toenmalige (en eerste conservator ) van Museum Kempenland had die amfoor in zijn bezit.  Nadat hij gestorven was hertrouwde zijn weduwe en verhuisde naar Nieuw-Zeeland, waar zij op haar beurt overleed. Een dochter van haar ging op een dag naar haar zus in Calgary, Canada die haar had gevraagd om de amfoor waarop zij zo gesteld was voor haar mee te nemen.


Tijdens een overstap op het vliegveld van Honolulu viel de tas met de amfoor op de grond: en de amfoor in scherven. De scherven kwamen uiteindelijk in Calgary aan en moeten daar jaren lang bewaard zijn gebleven.


Zo’n vier jaar geleden kreeg Nico Arts van een nazaat van de conservator van Museum Kempenland een e-mailtje. In de familie deed het verhaal de ronde dat de amfoor, of wat er van over was, uit Eindhoven kwam. En of Arts daarvoor belangstelling had.
“Zo is de amfoor hier terechtgekomen”, vertelt Nico Arts. “We hebben de amfoor gelijmd en nu staat hij hier bij Eindhoven in Beeld.”

 

Posted by Rieks Holtkamp on January 12, 2012 at 07:37 AM | Permalink | Comments (0) | TrackBack

Familiedrama


Bloemen bij de dierenkliniek van Niek Soepnel, nu bijna een jaar geleden. Foto Bert Jansen
Een familiedrama, zo had ik de moord op de Eindhovense dierenarts Niek Soepnel in het ED van donderdag omschreven. Een drama met alleen maar verliezers. Diezelfde donderdag diende de rechtszaak in Den Bosch.

En wat ik in mijn rol als vervangend rechtbankverslaggever nog nooit eerder had meegemaakt,  werden nabestaanden van het slachtoffer in de gelegenheid gesteld om de verdachte direct toe te spreken.

In dit geval was het Sven Soepnel die zijn broer, die als beklaagde terecht stond, probeerde te confronteren met de reikwijdte van diens daad, namelijk het vermoorden van hun beider vader.
De verdachte, die volgens een onderzoek van het Pieter Baan Centrum lijdt aan schizofrenie en paranoïde waandenkbeelden, uitbarstingen kent van agressie en geweldadigheid, hoorde zijn broer kennelijk onbewogen aan toen die hem, terwijl hij hem direct toesprak, vertelde dat de verdsachte zijn leven kapot had gemaakt.

“Ik mis de broer waarmee ik opgegroeid ben.” En: “Ik ben vreselijk kwaad op die ziekte. Maar ik geloof ook in de vrije wil, dus kan ik die ziekte niet alleen aanrekenen als schuldige.”

Het was een indrukwekkende verklaring, die echter leek af te ketsen op het loden gordijn dat het bewustzijn van zijn broer van de werkelijkheid afschermde. Hij liet zijn vingers knakken toen zijn jongere broer uitgesproken was. Dat was de enige reactie. Toch had hij zijn broer Sven wel degelijk de hele tijd aangekeken, schreef Loes Soepnel-Van Liere mij vrijdag.

Aangrijpend was het. Zowel de bittere toespraak van de broer, waaruit ook compassie sprak met de ‘broer die hij miste’ en waarschijnlijk voor altijd kwijt is, als de totale afwezigheid van enige emotie bij de verdachte.

Als verslaggever moest ik mijzelf in het nekvel grijpen: je zit hier als verslaggever. Ik dreigde even volledig op te gaan in het drama dat zich voor mijn ogen afspeelde. De werkelijkheid zelf overtreft vaak de verwerking ervan in film en theater.

 

Posted by Rieks Holtkamp on January 6, 2012 at 12:18 PM | Permalink | Comments (0) | TrackBack